Bij het bepalen van de locatie van de radiatoren is het aan te raden om de luchtstromen in de ruimte bepalend te laten zijn. Ramen en deuren zijn veelal de vlakken waar de meeste warmte verloren gaat. Een radiator verwarmt op twee manieren: met name middels stralingswarmte maar ook middels convectiewarmte (opstijgende warme lucht).
Radiatoren onder het raam plaatsen
Kou dringt onder andere via het glas naar binnen. Door de radiator onder het raam te plaatsen wordt er een soort warmteschild gecreëerd. Daarnaast kan koude lucht makkelijk naar de onderkant van de radiator stromen, waardoor de radiator warme lucht kan afgeven aan de langsstromende koudere lucht. De koude lucht wordt namelijk door de warme lucht uit de radiator naar beneden geduwd, omdat warme lucht lichter is en dus opstijgt.
Wordt de radiator bijvoorbeeld tegenover een raampartij geplaatst dan kan dit zorgen voor tocht. Dit komt doordat de koude zone bij het raam naar de warme zone rondom de radiator wordt gezogen. Dit zorgt voor een oncomfortabele tocht.
Beter geïsoleerde ramen
Beglazing heeft de laatste jaren grote ontwikkelingen doorgemaakt. Zo is de isolatie van beglazing enorm toegenomen. Energieverlies door de ramen is daardoor beperkter geworden. Heeft u isolatieglas in uw woning? Dan kunt u ervoor kiezen om de radiatoren op een andere plek in de ruimte te situeren dan in bovenstaande alinea wordt geadviseerd.
Radiator tegen de buitenmuur
Logischerwijs is in de winter een buitenmuur kouder dan een binnenmuur. Een radiator geeft ook warmte af naar de achterliggende wand. Wordt de radiator tegen een buitenmuur geplaatst dan raden we aan om warmteverlies te beperken door isolerend materiaal (bijvoorbeeld aluminiumfolie) achter de radiator aan te brengen. Een andere optie is om de muur extra te isoleren.


